Hereniging met David | je stiefkind overlijdt | STIEFenCO
3002
post-template-default,single,single-post,postid-3002,single-format-standard,bridge-core-1.0.4,do-etfw,,qode-title-hidden,side_area_uncovered_from_content,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-23.5,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.4.1,vc_responsive

Hereniging

Wij plaatsen het indringende levensverhaal van Daniëlle. Levensveranderende gebeurtenissen die je wereld op zijn grondvesten doen schudden. Je huwelijk strandt en je stiefkind overlijdt. Het overkwam Daniëlle binnen vijf maanden tijd. In blogs beschrijft zij haar innerlijke strijd als stiefmoeder na het overlijden van haar stiefzoon. Over liefde, scheiden, dood, rouwen, verlies en langzaam weer opstaan.

Vandaag mogen wij David voor het eerst zien. En voor het laatst. We zijn inmiddels vijf lange, slopende dagen verder. Voordat we naar David gaan fiets ik naar school met mijn 9-jarige. De school is uiteraard op de hoogte en vandaag gaat hij in de klas vertellen dat zijn broer is overleden. Het is weer een confrontatie met de buitenwereld. We staan voor de ingang van de klas om naar binnen te gaan en de laatste ouders nemen afscheid van hun kind. Een moeder wrijft me over mijn rug, slaat kort haar armen om mij heen en zegt hoe erg ze het vindt. De andere ouders schieten weg. Bibberend gaan we naar binnen. Mijn zoon vertelt dapper zijn verhaal onder leiding van zijn lieve juf. Ik voel me verslagen. Ik heb mijn zoon niet kunnen beschermen. Tegen noodlot is geen kruid gewassen. De kinderen uit zijn klas zijn stil. Wat kunnen ze zeggen? Hun jonge leven wordt verstoord door een afschuwelijk bericht van een klasgenoot. Dit hoort niet thuis in een kinderleven.

Dan is het tijd om naar het rouwcentrum te gaan. We worden gereden door vrienden. Mijn man zit huilend voorin. Onze zoon zit tussen mij en mijn vriendin in. Hij heeft zich ondergespoten met het geurtje van David. Ik ben kotsmisselijk en snak naar frisse lucht.

Aangekomen bij het rouwcentrum lopen we voorzichtig hand in hand de rouwkamer binnen, mijn zoon en ik. Hoewel ik zijn steun moet zijn heb ik ook houvast nodig. Een lege kamer met alleen kaarsen en een kist met een jongeman erin. Mijn zoon ziet zijn broer en loopt hard huilend de kamer uit. Mijn vriendin holt achter hem aan. Het liefst ren ik ook weg. Hoewel ik er enigszins op voorbereid was voel ik me verscheurd. Mijn zoon heeft voor het eerst een dood mens gezien. Zijn broer. En ik ren niet achter hem aan. Mijn keel zit dicht. Ik durf nauwelijks te kijken. Plotseling staat mijn zoon weer naast me. En voel ik zijn handje in de mijne. Samen kijken we naar David. Alles aan hem is anders. Ik herken hem amper. Het liefst zou ik heel hard willen huilen, schreeuwen, zodat dit onthutsende schouwspel ergens in mijn lichaam binnenkomt, om zo ook maar iets te voelen. Zodat ik weet dat dit echt waar is. Maar hoe gruwelijk, pijnlijk en mensonterend het ook is om naar hem te kijken, huilen lukt me niet. De schok heeft ervoor gezorgd dat het nog maanden zal duren voordat ik weer een David-gezicht herken op een foto.

Throwback

Na maanden, jaren van zoeken, grenzen stellen, ruimte bieden, wanhopig en radeloos zijn komt er heel langzaam rust in huis. Misschien omdat we hebben besloten samen een front te vormen, mijn man en ik. Misschien ook omdat ik besloten heb mijn rol als stiefmoeder meer in te nemen. En mijn man niet meer vanaf de zijlijn aanwijzingen geef bij de opvoeding van zijn zoon. Ik durf het aan om naast David te staan en met hem mee te kijken in zijn leven. Soms lijkt het mij zelfs beter af te gaan dan zijn vader. Misschien wel juist omdat ik niet zijn moeder ben. Misschien ook wel omdat zijn vader kampt met schuldgevoelens over de scheiding. Die ziet dat zijn oudste zoon noodgedwongen een dorp verderop moet wonen. Ver weg van zijn vrienden, die hem nooit in de steek hebben gelaten. Die ziet dat zijn oudste zoon zich verlaten en eenzaam voelt. Die met een broertje van 2,5 jaar moet dealen die nu alleen maar ‘a pain in the ass’ is. Zijn vader die zich zorgen maakt over de chronische ziekte van zijn oudste zoon. Misschien ook omdat mijn man en ik de afspraak hebben gemaakt dat, wat er ook gebeurt, we David nooit in de steek zullen laten. Hoe bont hij het ook maakt, hij kan altijd terug naar huis. Desnoods pikken we hem om drie uur ’s nachts ergens op omdat zijn brommer het heeft begeven of hij de laatste bus heeft gemist.
En soms, soms ga ik ook hard op mijn snufferd. En stap ik in de valkuil van verwachting en hoop en voel me falen als het mis dreigt te gaan. Vaker weet ik dat het van tijdelijke aard is en dat David net zo hard zijn best doet als wij.
Na een jaar of twee verandert hij langzaam van een boze verlaten puber in een aangename, vrolijke en sociale jongen. Met een grote vriendengroep en een leuke vriendin. Met een inmiddels grenzeloze liefde voor zijn 14 jaar jongere broertje.

Mijn man vloekt hartgrondig. Ik spuit samen met mijn zoon het lievelingsgeurtje over David heen. En we geven hem nog een ketting en foto’s van ons, de hond en de poes mee in zijn kist. We staan er verloren naast. Daarna neemt mijn zoon voor altijd afscheid van zijn broer. Voor mijn gevoel staan we binnen een paar minuten weer buiten. Ik voel me opgelucht, blij dat we overeind zijn gebleven. En dat we dit samen hebben gedaan. Vanmiddag sluiten mijn man en ik de kist van David.

Als we die middag opnieuw bij het rouwcentrum aankomen kan het contrast met de ochtend niet groter zijn. Waar in de ochtend het hier volledig verlaten was staat nu een enorme mensenmassa. Ik loop met knikkende knieën het terrein op. Jonge mannen en vrouwen verscholen achter hun zonnebril. De stilte valt over mij heen. Wat een voelbaar verdriet. Hier en daar krijg ik troostende blikken en armen. Iedereen heeft inmiddels afscheid genomen van David. We vragen een paar mensen om nog even op ons te wachten tot wij de kist hebben gesloten.

Ook binnen is het contrast groot met vanochtend. Kaarsen. Een Kist. En heel veel bloemen. We kunnen er zelf nauwelijks nog bij. Een siddering gaat door mijn lijf. Wat is dit fijn! Lieve, warme woorden vullen de kamer. De geur van de dood wordt verdrongen door de geur van de lente.

Dan is het moment daar, het sluiten van de kist. Nog een laatste blik. We nemen nog een laatste foto. ‘Nee, ik wil niet meer kijken. Ja, laat me nog even kijken. Nu kan het nog. Nog heel even dan’. Dan schuiven we het deksel op de kist. De doppen draaien we erop. Maar hoe we ook ons best doen, het lukt niet. Ik voel paniek opkomen.
‘Die kut IKEA-kisten zijn ook niet meer wat ze geweest zijn’, roept mijn man. Ik schiet in de lach. Even harde grappen maken. Dat helpt. Een beetje. Erger dan dit wordt het niet. Dan laten we David voor altijd achter, in een kamer vol bloemen.

Buitengekomen blijven we roerloos staan. Niet alleen die paar mensen zijn blijven wachten, iedereen heeft op ons gewacht. Tranen rollen onder mijn zonnebril vandaan. Mijn man voelt de behoefte om de vrienden en vriendinnen toe te spreken. Om ze te bedanken. Om ze een hart onder de riem te steken. Hij praat hard, ik denk in de hoop dat David het ook hoort. Ik kijk naar de grond en zie aan de schaduw hoe iedereen geruisloos dichterbij komt en een kring rond ons vormt. Zonder iemand aan te kijken voel ik me zo intens gedragen door deze jonge mensen. Ik wil niet naar huis.

Lees hier blog 1 ‘Een alles verwoestende boodschap’
Lees hier blog 2 ‘Omgekeerde kraamtijd’
Lees hier blog 3 ‘Bloedband tegenover stiefband’

Heb je naar aanleiding van het indringende levensverhaal behoefte om te reageren? Stuur ons graag een mail naar info@stiefenco.nl en wij proberen z.s.m. met je in contact te treden.