Stiefouder en het stiefkind; de verbreking | STIEFenCO
4213
post-template-default,single,single-post,postid-4213,single-format-standard,bridge-core-1.0.4,do-etfw,,qode-title-hidden,side_area_uncovered_from_content,qode-child-theme-ver-1.0.0,qode-theme-ver-23.5,qode-theme-bridge,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.4.1,vc_responsive

Stiefouder en het stiefkind; de verbreking

 


‘Heb je als stiefouder na een scheiding recht op tijd met je stiefkinderen?’. Zo luidt de titel van een artikel in de Volkskrant van vandaag. Het doet ons direct denken aan de scriptie die Rozemarijn Janssen in juni 2017 schreef met als titel ‘Stiefouder en het stiefkind; de verbreking’. Het onderzoek voerde Rozemarijn uit ter afronding van de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Hogeschool van Amsterdam.

Het is een onderbelicht verdriet dat na scheiding van de biologisch ouder, zowel stiefouder als zijn of haar stiefkind meemaken. Als conclusie schreef Rozemarijn: “De belangrijkste conclusie naar aanleiding van dit onderzoek is, dat respondenten hebben ervaren dat de verbreking van de band tussen de stiefouder en het stiefkind een invloed heeft op de ontwikkeling van het kind. Hulpverlening is iets wat nog niet vaak voorkomt voor deze verbreking en wat professionals wel zouden willen zien. Een dilemma is dat de professional toestemming nodig heeft van beide ouders om een kind te behandelen. Een ander dilemma bleek dat mensen vaak al veel met hulpverlening te maken hebben gekregen en daarom de boot afhouden. Al met al zien de professionals het als een belangrijk onderwerp en geven aan het noodzakelijk te vinden dat er eerst meer over het onderwerp bekend wordt, zodat de hulpverlening er dan op kan inspelen.”

Mocht je geïnteresseerd zijn in de scriptie ‘Stiefouder en het stiefkind; de verbreking’, stuur dan graag een mail naar info@stiefenco.nl dan leiden wij je verzoek door naar Rozemarijn Janssen.

Lees hier het hele artikel in de Volkskrant van 13 februari 2019.